AVNRT

Een Atrio-Ventriculaire Nodale Re-entry Tachycardie (AVNRT) is een veel voorkomende ritmestoornis. Deze ritmestoornis komt vaker bij vrouwen dan mannen voor en begint meestal rond het twintigste levensjaar.

De ritmestoornis begint in en vóór de AV-knoop en ontstaat wanneer een elektrische prikkel aankomt bij de AV-knoop en vervolgens binnen dit geleidingssysteem blijft rondgaan in cirkels, de re-entry. De boezems en kamer trekken niet alleen snel, maar ook tegelijk samen. Opvallend is het kloppen van de aders in de hals (kikkerfenomeen). De hartritmestoornis is in de regel niet gevaarlijk, maar kan wel heel hinderlijk zijn.

Klachten

Een AVNRT begint plotseling en kan ook plotsteling weer verdwijnen. Tijdens de hartritmestoornis ervaart u hartkloppingen. De hartslag is zeer snel en regelmatig. Soms gaat het gepaard met duizeligheid.

Deze ritmestoornis kan vanzelf over gaan. Een AVNRT kan ook gestopt worden door bepaalde  handelingen uit te voeren. Dit zijn handelingen die de AV-knoop beïnvloeden (“vagale manoeuvres”). Voorbeelden van deze handelingen zijn persen, hoesten, adem inhouden, oogbol-massage, drukken op een van de halsslagaders in de hals en uw hoofd in koud water dompelen. 

Oorzaken

Elektrische cirkel
Een normaal hartritme is regelmatig en afkomstig vanuit één plek in het hart, de sinusknoop. Hier wordt een elektrische prikkel afgegeven die door het hart, via de zogenaamde AV-knoop, wordt doorgegeven aan de kamers en het rondpompen van het bloed in gang zet. Bij een AVNRT komt een elektrische prikkel aan bij de AV-knoop en blijft deze binnen de AV knoop rondgaan, de re-entry. Dit ontstaat doordat de AV knoop een langzaam en snelle prikkelverbinding heeft. Door deze elektrische rondgang (cirkel) worden boezems en kamers in een hoge frequentie geprikkeld. En ontstaat er een regelmatige, snelle hartslag.

Risicofactoren
Deze ritmestoornis kan op jonge leeftijd ontstaan en komt vaker voor bij vrouwen.

Onderzoek/ diagnose

AV nodale re-entry tachycardie is met een ECG vast te stellen. Soms is een Elektrofysiologisch onderzoek (EFO) nodig om te kijken of de ritmestoornis een AVNRT is. Dit onderzoek wordt dan voor de ablatie gedaan.

Behandelingen

Een AV nodale re-entry tachycardie kan behandeld worden met medicatie. Dit zijn medicijnen die de prikkels via de AV-knoop vertragen, zoals bètablokkers of calciumblokkers.  De medicatie kan ingenomen worden bij het optreden van een AVNRT. Ook kan het nodig zijn om de medicatie dagelijks te gebruiken, zodat de ritmestoornis minder vaak voorkomt. Deze medicatie is niet altijd effectief.

Een krachtiger medicijn om de AVNRT te stoppen is adenosine. Dit wordt alleen in het ziekenhuis gegeven wanneer u een aanval van deze ritmestoornis heeft die niet spontaan over gaat.

Volgens internationale richtlijnen is een ablatie de beste keus voor de behandeling van een AVNRT. Bij een ablatie wordt een van de twee prikkelverbindingen in de AV-knoop weggebrand. Er is een klein risico dat de tweede prikkelverbinding wordt geraakt.  Ongeveer 1 op de 2000 mensen overkomt dit. Als dit gebeurt, kan de prikkelgeleiding tussen de boezems en kamers weg vallen, dit heet een totaal AV-blok. Indien dit gebeurt, dan heeft u een pacemaker nodig.

Nazorg

Als u medicatie krijgt, zal er bij het volgende polibezoek gevraagd worden naar uw klachten en eventuele bijwerkingen van de medicatie.

Na een succesvolle ablatie kunt u deze ritmestoornis niet terug krijgen en is een eenmalig polibezoek na de ingreep voldoende.

Afdelingen / poliklinieken

De afdelingen waar u mee te maken kunt krijgen zijn: de polikliniek Hartziekten in het LUMC (algemeen spreekuur of ritmespreekuur), Cardiologie Centrum Voorschoten, Poliklinisch Centrum Lisse, eventueel de Hartfunctieafdeling, de Hartkatheterisatieafdeling en de Verpleegafdeling Hartziekten