Hartfalen

Bij hartfalen is de pompkracht van het hart verminderd. Dat betekent dat de organen en weefsels van uw lichaam minder goed van bloed – en dus van zuurstof – worden voorzien.

Het hart is een holle spier, die door samen te knijpen het bloed door het lichaam kan pompen. Het rondgepompte bloed voorziet het lichaam onder andere van zuurstof en daarmee van energie om te functioneren. Om deze pompfunctie goed uit te voeren heeft het hart zelf ook zuurstof nodig. De zuurstof krijgt het hart uit het bloed via drie kransslagaders die op het hart liggen.

H4 1hartfalenx

Klachten

Bij inspanning wordt u dan sneller moe en kortademig of krijgt u last van koude handen en voeten. Door de slechte pompfunctie houdt het lichaam meer vocht vast, waardoor u in gewicht toeneemt.

Het vocht kan zich onder ander ophopen in de enkels, waardoor u dikke voeten krijgt. Bij platliggen kunnen door ophoping van vocht in de longen klachten als kortademigheid en kriebelhoest optreden.

H4 2klachten bij hartfalen

Klachten bij hartfalen

Oorzaken

Hartfalen kan meerdere oorzaken hebben. 

Zuurstofgebrek van de hartspier (het hartinfarct)
De meest voorkomende oorzaak van hartfalen is schade aan de hartspier door afsluiting van of vernauwingen in de kransvaten. Dit kan een of meerdere hartinfarcten tot gevolg hebben, maar ook chronisch zuurstofgebrek zonder hartinfarct kan de pompkracht van het hart aantasten. Bij een hartinfarct ontstaat een litteken in de hartspier. Het litteken is eigenlijk een zwakke plek in de hartspier, dus afname van de pompfunctie. Ook kan de pompfunctie minder worden doordat de hartspier zelf niet goed van bloed en zuurstof wordt voorzien door een of meerdere vernauwingen in de kransslagaders.

Hoge bloeddruk
Bij een hoge bloeddruk moet het hart langdurig tegen een te hoge druk in pompen. Hierdoor wordt de hartspier eerst dikker en vervolgens stijver, waardoor de functie steeds minder wordt. Door de stijve hartspier kan het hart zich minder goed ontspannen en vullen de hartkamers zich minder goed. Het gevolg is dat er ook minder bloed wordt uitgepompt.

Bij de verdikking van de hartspier kan zuurstofgebrek optreden omdat de kransvaten niet mee verdikken. Het gevolg is dat zelfs bij normale bloedvaten van het hart er zuurstofnood optreedt waardoor de pompfunctie afneemt.

Hartklepafwijkingen
Indien de hartkleppen niet goed functioneren, moet het hart extra arbeid verrichten om voldoende bloed rond te pompen. De afwijkende hartklep kan vernauwd zijn of niet goed meer sluiten.

Ritmestoornissen
Wanneer het hart te langzaam of te snel klopt (ritmestoornis) ontstaat een insufficiënte werking van het hart, waardoor hartfalen kan ontstaan. Een langdurige hoge hartslag is op zichzelf ook al schadelijk voor het hart.

Cardiomyopathie
Cardiomyopathie betekent ziekte van de hartspier. Hierbij hebben de hartspiercellen een abnormale bouw en functie, waardoor de wand van het hart te slap of te dik of te stijf is. Hierdoor kan het hart minder goed pompen. Ook is er meer kans op het optreden van hartritmestoornissen.

Een zieke hartspier kan bijvoorbeeld ontstaan bij een virusinfectie, schildklierproblematiek, chemotherapie, spierzwakte of zelfs na een zwangerschap. Vaak wordt er ook geen oorzaak gevonden (idiopathisch).

In de meeste gevallen is de oorzaak van hartfalen niet weg te nemen en moet dit hartfalen blijvend behandeld worden.

Suikerziekte ofwel diabetes mellitus
Ook suikerziekte kan door aantasting van de bloedvaten leiden tot hartfalen. Het is een complex mechanisme van aantasting van de bloedvaten maar ook van de zenuwbanen van het hart. Het soort suikerziekte type I of II heeft in alle gevallen nadelige invloed op de hartspier en de bloedvaten.

Overmatig alcohol gebruik
Alcohol heeft een direct beschadigend effect op de hartspier, waardoor de pompfunctie vermindert. Alcoholmisbruik heeft daarnaast ook tot gevolg dat de verkeerde calorieën worden genuttigd. Er ontstaat dus een tekort wat de nadelige effecten op de pompfunctie verder doen toenemen.

Andere oorzaken van hartfalen

Toxische beschadiging door chemokuren
De behandeling van de meeste vormen van kanker bestaat veelal uit een operatie in combinatie met chemokuren en bestraling. Het blijkt nu dat jaren later soms zelfs na 10 tot 20 jaar er afwijkingen aan de hartspier ontstaan die het gevolg zijn van de eerdere behandeling. Het is nog niet duidelijk hoe dit late effect voorkomen kan worden.

Bestralingen ofwel radiotherapie
Als het hart in het bestralingsgebied ligt kunnen er op den duur ook afwijkingen aan de kransvaten of de hartkleppen ontstaan. Vervolgens kunnen deze hartafwijkingen leiden tot hartfalen. Tegenwoordig wordt het hart zoveel mogelijk buiten het bestralingsgebied gehouden zodat deze zogenaamde late complicaties van de behandeling van kanker voorkomen kunnen worden.

Diagnose

Bij verdenking op hartfalen kan het zijn dat u door uw eigen cardioloog of huisarts wordt doorverwezen naar de Mission! Hartfalen polikliniek van het LUMC. Het Mission! Hartfalenteam is een team van gespecialiseerde artsen en verpleegkundigen. Ook wordt er nauw samengewerkt met een diëtiste, het medisch maatschappelijk werk en de hartrevalidatie.

Na een eerste polibezoek worden een aantal onderzoeken afgesproken. Wanneer alle uitslagen bekend zijn wordt uw ziektegeschiedenis in het Hartteam besproken. Het Hartteam bestaat naast de hartfalen specialist uit hartchirurgen, electrofysiologen (ritme dokters) en interventie cardiologen (dotteren). Voor iedere patiënt wordt de best mogelijke behandeling vastgesteld. Het is dus maatwerk. Nadat de behandeling is vastgesteld, wordt de uitkomst met de patiënt en familie besproken, waarbij naast te verwachten resultaat ook de risico's aan bod komen. In het eerste jaar wordt u bij stabiele toestand een keer in de drie maaden gezien en daarna jaarlijks. De tussentijdse controles worden dan door uw eigen cardioloog uitgevoerd.

Onderzoek

Er worden veel aanvullende onderzoeken verricht bij de harfalen polikliniek. Deels zijn deze bedoeld om de oorzaak te achterhalen van het hartfalen, deels om het effect van de behandeling en de conditie van het hart te volgen en deels om te kijken of er nog mogelijkheden zijn om de functie van het hart te verbeteren. Denk dit bij laatste bijvoorbeeld aan een dotterbehandeling, een hartoperatie of een biventriculaire pacemaker en ICD.

U kunt onder andere de volgende onderzoeken ondergaan:  

  • laboratoriumonderzoek
  • een röntgenfoto van de thorax (borstkas met hart en longen)
  • een ECG
  • een echo van het hart
  • een inspanningsonderzoek of VO2-max test
  • een nucleaire scan
  • een hartkatheterisatie
  • een 6 minuten looptest, hierbij wordt gekeken hoeveel meter u kunt lopen in 6 minuten.

Behandeling

Het fundament in de behandeling van hartfalen bestaat uit goede leefregels en adequate medicamenteuze behandeling. De leefregels bestaan uit vocht- en zoutbeperking. In het algemeen mag u niet meer dan 2000 mg Natrium eten en niet meer dan 1500 ml vocht drinken.

Een behandeling kan invasief (er vindt een ingreep plaats) en/of niet-invasief (zonder ingreep) zijn.

Harttransplantatie

Wanneer al deze behandelopties of niet mogelijk zijn of onvoldoende effect hebben opgeleverd en de patiënt veel klachten blijft houden kan een harttransplantatie overwogen worden.

Harttransplantatie wordt overwogen wanneer de levensverwachting met het eigen hart zeer beperkt, maar een paar jaar, is geworden. Behoudens het hartfalen moet de patiënt helemaal gezond zijn. Nierproblemen die het gevolg zijn van het falende hart zijn geen probleem voor de harttransplantatie. Na een uitgebreide screening waarbij gekeken wordt of de patiënt inderdaad verder gezond is, wordt hij na acceptatie op de wachtlijst geplaatst.

In Nederland zijn 60 harttransplantaties per jaar toegestaan. Een aantal dat, gelet op de bevolkingsgrootte, eigenlijk krap is. Echter, vanwege het tekort aan donorharten worden jaarlijks tussen de 30 en 40 patiënten geholpen. De wachttijd loopt dus flink op en ook de wachtlijst groeit. De gemiddelde wachttijd is nu 2 tot 3 jaar, een zorgelijke ontwikkeling omdat patiënten op de wachtlijst verslechteren en overlijden.

H4 6 hartransplantatie

Harttransplantatie

Steunhart (LVAD)

Gelukkig is het de laatste jaren mogelijk geworden deze patiënten in hun wachttijd met behulp van een steunhart (LVAD, Left Ventricular Assist Device) te helpen.

Het steunhart dient dan tot overbrugging naar de harttransplantatie. Ongeveer een derde van de patiënten die op de wachtlijst staan, hebben een steunhart nodig om te overleven tot de transplantatie.

H4 5veschillende steun

Verschillende kunstharten:

a De Heartware is een centrifugale pomp (het bloed wordt ‘rondgepompt’ door een magnetisch aangedreven schoepenrad).

b De Heartmate II is een axiale flowpomp (een ronddraaiende schroef stuurt continu bloed rond door het lichaam). Beide pompen geven een continue flow.