Tetralogie van Fallot

Tetralogie van Fallot is een aangeboren hartafwijking. Het ziektebeeld dat gekenmerkt wordt door 4 afwijkingen (tetra = vier in het Grieks). De afwijking is genoemd naar Arthur Fallot, die de afwijking in 1888 beschreef.

Deze afwijkingen zijn:
1.      Een ventrikelseptumdefect onder de aortaklep
2.      Een vernauwing juist onder en/of op het niveau van de longslagaderklep
3.      Een abnormale positie (te ver naar rechts) van de grote lichaamsslagader (aorta)
4.      Verdikking (hypertrofie) van de wand van de rechter kamer 

Diagnose

Meestal is de diagnose al op de kinderleeftijd gesteld en worden de afwijkingen door middel van een operatie gecorrigeerd. Soms zijn de afwijkingen maar heel mild en wordt de diagnose pas op latere leeftijd gesteld. Bij de operatie wordt het ventrikelseptumdefect gesloten, en de vernauwing onder en/of op het niveau van de longslagaderklep opgeheven. 

Na het opheffen van de vernauwing ontstaat vrijwel altijd enige mate van lekkage van de longslagaderklep. De mate van lekkage kan worden beoordeeld door echo/Doppler onderzoek of MRI onderzoek van het hart. Bij ernstige lekkage en verwijding van het hart zal de klep uiteindelijk vervangen moeten worden.