Alpha-1-antitrypsine deficiëntie
(AATD)

Alpha-1-antitrypsine-deficiëntie (AATD) is een erfelijke aandoening waarbij de lever het eiwit alfa-1 antitrypsine minder, in afwijkende vorm of zelfs helemaal niet aanmaakt. Hierdoor wordt een enzym genaamd elastase, dat zich in de long bevindt, onvoldoende geremd. Longblaasjes worden beschadigd en de long verliest zijn elasticiteit met als gevolg vernauwde luchtwegen en verminderd vermogen om zuurstof op te nemen.

Vooral op jongere leeftijd kunnen zich ook leverproblemen openbaren. Dit wordt veroorzaakt doordat het afwijkende niet-functionele alfa-1 antitrypsine in de levercel neerslaat en leverschade geeft. Op volwassen leeftijd komt dit vrijwel niet meer voor.

Oorzaak en onderzoek

De oorzaak van Alpha-1-antitrypsine-deficiëntie is een genetisch overerfbaar defect. Alpha-1-antitrypsine-deficiëntie komt voor op alle leeftijden, in verschijningsvormen variërend van mild tot ernstig afhankelijk van het onderliggend genetisch profiel. 
Alfa-1-antitrypsine-deficiëntie van het PiZZ type is de zeldzaamste en tegelijkertijd ook ernstigste vorm waarbij geen eiwit wordt geproduceerd. Alfa-1-antitrypsine-deficiëntie van het PiSZ fenotype komt al wat vaker voor, en is ook nog ernstig, maar toch al milder dan het PiZZ fenotype. Er zijn nog veel andere vormen. Lichtere vormen zijn bijvoorbeeld PiSS, PiMZ en PiMS. De normale en gezonde vorm is PiMM, en komt bij het overgrote deel (>95%) van de bevolking voor. 
Als er reden is om te denken aan een Alpha-1-antitrypsine-deficiëntie kan een tekort eenvoudig in het bloed worden vastgesteld. Bij te lage waarden wordt ook het genetisch profiel bepaald zodat duidelijk wordt welke consequenties de verlaagde waarde heeft.

Symptomen

De belangrijkste klachten die kunnen ontstaan zijn identiek aan COPD dat wil zeggen kortademigheid, verminderd inspanningsvermogen, hoesten en opgeven van slijm. De arts komt vaak op het spoor van de aandoening doordat klachten en ernst van de COPD erger zijn dat verwacht op een bepaalde leeftijd. Met name rond de 30-40 jaar worden zo nogal eens AATD patienten ontdekt. Incidenteel is de afwijking al op jonge leeftijd door de kinderarts ontdekt en komt men zo bij de longarts terecht.

Behandeling

Er zijn onderzoeken gaande waarbij alpha-1 antitrypsine wordt toegediend en gekeken wordt naar de invloed op de achteruitgang van de longfunctie en het aantal periodes dat er toename van klachten is onder invloed van bv een infectie. Deze verergeringen (exacerbaties) zouden kunnen verminderen bij dergelijke behandeling en het longfunctieverlies kan mogelijk worden beperkt. Tot op heden is nog niet bekend in welke mate deze behandeling effectief is. De reguliere behandeling bestaat daarom nog steeds uit die welke COPD patienten ook krijgen met inhalatiemedicatie en bijvoorbeeld revalidatie.

Roken versterkt bij AAD de vorming van longemfyseem aanzienlijk. Nicotine verlaagt de alpha-1 antitrypsine-activiteit en verhoogt de afgifte van elastase in de longen (door leukocyten). Rokers met AATD krijgen daardoor meestal al voor hun veertigste levensjaar klachten, terwijl de verschijnselen bij niet-rokers zich vaak pas later openbaren. In uitzonderlijke situaties leidt de ziekte tot een dusdanig slechte en onbehandelbare situatie dat een beoordeling plaatsvindt of longtransplantatie mogelijk is.