Gezonde voeding

Het is belangrijk dat u gezond en gevarieerd eet. Door gezond te eten voelt u zich fitter. Om gezond eten vol te houden, is het belangrijk dat dit ook lekker eten is. Gelukkig gaan lekker en gezond eten heel goed samen. Er zijn een paar belangrijke dingen om rekening mee te houden:

Cholesterol:
Een hoog cholesterolgehalte in het bloed vergroot het risico op hart- en vaatziekten. Cholesterol is een stof die door het lichaam zelf wordt aangemaakt. Het gehalte kan verhoogd zijn door een hoog lichaamsgewicht, door een erfelijke oorzaak of door het eten van het verkeerde (verzadigde) vetten. Verzadigde vetten komen voor in roomboter, koekjes, gebak, snacks, vette vleeswaren, eieren en orgaanvlees. Onverzadigde vetten komen vooral voor in olie, vloeibare bak- en braadproducten, vloeibare/zachte margarine of halvarine, noten en vette vis. Voorbeelden van vette vissen zijn zalm, bokking, heilbot en makreel. Het is verstandig om vetinname te matigen en 1 tot 2 keer per week (vette) vis te eten. Daarnaast verlaagt het eten van vezels (in groenten, fruit, peulvruchten en bruin brood of volkorenbrood) het cholesterolgehalte.

Matig met zout:
Teveel zout zorgt voor een verhoging van de bloeddruk en is een forse belasting voor de nieren. Door het eten van minder zout kan de bloeddruk beter onder controle worden gehouden. Om het eten niet flauw te laten smaken, kunt u gebruik maken van kruiden, zoals basilicum, kerrie, peper en oregano. Beperk daarnaast het eten van kaas, chips en kant- en klare maaltijden (kant en klare soepen, nasi- en bamimix en sauzen). Deze bevatten veel zout.

Groente en fruit:
Ook het eten van groente en fruit vermindert de kans op longaandoeningen. Dit komt door de aanwezigheid van verschillende voedingsstoffen zoals kalium, antioxidanten, foliumzuur en vezels. Het advies is om dagelijks 200 gram groente en twee stuks fruit te eten.

Regelmatig wordt medicatie voorgeschreven voor een hoge bloeddruk, een hoog suikergehalte of een hoog cholesterolgehalte. Maar door uw eetgewoonten aan te passen en af te vallen (BMI <25) kan dit in sommige gevallen voorkomen worden of niet meer nodig zijn.