Mission! Hartinfarct

Een hartinfarct ontstaat door plotselinge afsluiting van een slagader die het hart zelf van bloed voorziet (kransslagader). Het deel van het hart dat door dit bloedvat van bloed voorzien wordt, zal gaan afsterven, vervolgens litteken worden en daarna niet meer normaal kunnen functioneren. Dit betekent dat het geen actieve pompkracht meer kan leveren.

Schade aan het hart beperken

Daarnaast kan het litteken aanleiding geven tot ernstige hartritmestoornissen. Dit afsterven van de hartspier gebeurt in de eerste uren van het hartinfarct. Het is dus van het allergrootste belang dat een dergelijk afgesloten bloedvat zo snel mogelijk weer geopend wordt. Het heropenen gebeurt meestal met een spoed (dag of nacht) dotterbehandeling (PCI). Hierbij wordt het afgesloten bloedvat weer opengemaakt en opgerekt met een ballon, daarna wordt er vaak een stent (soort pennenveer) geplaatst om het resultaat te optimaliseren.

Om de schade aan het hart bij een hartinfarct zoveel mogelijk te beperken is het tijdig openen van het afgesloten bloedvat van het allergrootste belang. Optimale zorg bestaat dan ook uit het zo snel mogelijk openen van het bloedvat in combinatie met de juiste voor- en nabehandeling. Door verbetering van de logistiek (tijdwinst!) en door een volledig protocollaire aanpak (optimale behandeling) tijdens de ziekenhuisopname en vervolgens op de Polikliniek van het LUMC is de behandeling van het hartinfarct in de gehele regio Leiden sterk verbeterd en geldt ons Mission! Hartinfarct protocol inmiddels als voorbeeld voor vele andere ziekenhuisregio's in de wereld.

Het aantal hartinfarctpatiënten dat met een dotterbehandeling kan worden behandeld is 99%. De tijd van het stellen van de diagnose door het ambulancepersoneel tot het openen van de afgesloten kransslagader (door-to-balloon time) is in de Mission! Hartinfarct protocol sterk gedaald. Het aantal patiënten dat tijdens de ziekenhuisopname overlijdt, is gedaald van 9% naar 1,6% (update december 2016). Het aantal patiënten dat binnen een jaar opnieuw een infarct doormaakte, daalde van 5,9 naar 1,2%. De gemiddelde opnameduur voor patiënten die zijn opgenomen met een acuut hartinfarct is gedaald naar gemiddeld drie dagen. Het volgen van het Mission! Hartinfarct protocol heeft dus voor een duidelijke verbetering in de kwaliteit van zorg gezorgd.

De logistiek bij een hartinfarct

De patiënt met pijn op de borst belt direct 112 of de huisarts. Zodra de ambulance ter plekke is, wordt er een elektrocardiogram (ECG) gemaakt. Dit ECG wordt elektronisch gefaxt naar het LUMC. Wanneer een acuut hartinfarct vermoed wordt, krijgt de ambulanceverpleging binnen vijf minuten antwoord of de patiënt in aanmerking komt voor een primaire PCI(dotter)procedure. Als dit aan de orde is, wordt de patiënt direct naar de Hartbewaking of Katheterisatiekamer van het LUMC gebracht. In de ambulance wordt al een behandeling met bloedverdunners gestart.

Op deze manier worden onnodige vertragingen voorkomen en blijft de schade aan het hart zoveel mogelijk beperkt. Patiënten die niet in aanmerking komen voor een dotterprocedure of patiënten zonder aanwijzingen voor een infarct worden naar het dichtstbijzijnde regionale ziekenhuis gebracht.

Medicamenteuze behandeling na het myocardinfarct

Een optimale combinatie van medicijnen na een hartinfarct bestaat uit "bloedverdunners" zoals aspirine en prasugrel, een statine, bètablokkers en ACEremmers. Deze medicijnen hebben bewezen de kans op een herhaling van een hartinfarct en sterfte als gevolg van een hartinfarct te verkleinen.

Het strakke protocol in combinatie met actieve betrokkenheid van de patiënt bij medicamenteuze behandeling tijdens opname levert veel gezondheidswinst op. Patiënten worden voorgelicht en gestimuleerd om deze medicijnen goed in te nemen, ook na ontslag uit het ziekenhuis.

Hieronder vindt u het stroomschema dat wij als richtlijn gebruiken bij het voorschrijven van statines. 

Statines flowchart

 

Hartrevalidatie

Hartrevalidatie heeft bewezen prettig en effectief te zijn bij het herstel na een hartinfarct. Helaas wordt in Nederland minder dan de helft van de patiënten die volgens de richtlijnen in aanmerking komen voor hartrevalidatie na een hartinfarct, daadwerkelijk hier voor aangemeld. In het Mission! project wordt voorgeschreven dat alle patiënten aangemeld moeten worden voor hartrevalidatie. Vervolgens wordt in overleg met de patiënt een revalidatieprogramma opgezet.

Na het hartinfarct worden alle behandelde patiënten teruggezien op de gespecialiseerde Mission! Polikliniek. In het eerste jaar is dit vier keer. Voorafgaand aan het polibezoek wordt een aantal onderzoeken verricht om de cardiale toestand van de patiënt zo goed mogelijk te objectiveren. Een multidisciplinair team besteedt aandacht aan zowel het medische aspect als aan de vooruitgang in leefstijlveranderingen en de therapietrouw. Het is gebleken dat patiënten die goed het hoe en waarom begrijpen van de behandeling, zich veel trouwer en langer aan de medicatie/richtlijnen houden, wat een evident grotere gezondheidswinst opbrengt. 

Bij het Mission! Infarct protocol verloopt de diagnostiek en behandeling vanaf het moment van klachten van de patiënt tot één jaar na ontslag.