Bericht over biologische hartkleppen

Onlangs heeft het UMC Utrecht bericht over een nieuwe biologische hartklepprothese. Zij suggereren in dit bericht dat deze klep levenslang mee zou gaan. Deze suggestie is onjuist en wekt onterechte verwachtingen. Biologische kleppen hebben veel voordelen maar ze hebben allemaal een beperkte levensduur. Veel fabrikanten willen ons doen geloven dat hun klep langer meegaat dan die van de concurrent, maar daar is vooralsnog geen bewijs voor. Resultaten van dierexperimenteel onderzoek blijken in de praktijk slecht te vertalen naar resultaten bij mensen. In onderstaand stuk leggen wij nog eens uit wat de mogelijkheden en onmogelijkheden van kunsthartkleppen zijn.

Op 9 augustus berichtten NOS en andere media over een nieuwe biologische hartklep waarvan gesuggereerd werd dat die levenslang mee zou gaan. Dit blijkt gebaseerd te zijn op resultaten van dierexperimenteel onderzoek. Bij patiënten is slechts heel beperkt ervaring met deze klep en dan ook nog pas sinds heel korte tijd. Wij hebben daar inmiddels veel vragen over gekregen en daarom zetten wij voor u nog eens de feiten op een rij.

Soorten hartklepprothesen
Er zijn grofweg twee soorten hartklepprothesen: biologische en mechanische. Beide kleppen zijn al in de jaren zestig ontwikkeld en hebben sindsdien vele verbeteringen ondergaan. De mechanische kleppen zijn het eerst ontwikkeld waarbij er naar een materiaal gezocht werd dat heel sterk was; immers de hartklep gaat zo’n 2 miljard keer in een mensenleven open en dicht. In feite kan je dan ook stellen dat de moderne mechanische kleppen niet slijten; zij kunnen levenslang meegaan. Overigens betekent dat niet dat je met een mechanische klep nooit een tweede operatie moet ondergaan: naast slijtage zijn er nog vele andere redenen die een nieuwe operatie aan de hartklep nodig maken. Het belangrijkste nadeel van mechanische kleppen is dat het noodzakelijk is om antistollingsmiddelen (de zogenaamde bloedverdunners) te slikken. Dit komt omdat er stolsels op de klep kunnen ontstaan. Stolsels op de klep zijn gevaarlijk maar met antistolling zijn die goed te voorkomen. Helaas geeft het gebruik van antistolling weer meer kans op bloedingen en dat is het belangrijkste nadeel van het hebben van een mechanische klep. Veel mensen horen de klep tikken, maar de meeste patiënten vinden dit niet hinderlijk.

De biologische kleppen, die van dierlijk materiaal zijn gemaakt, hebben deze nadelen niet. Tenzij je natuurlijk om een andere reden antistolling nodig hebt, zoals bij veel hartritmestoornissen. Dit enorme voordeel van biologische kleppen, dat patiënten daar geen antistollingsmedicijnen voor hoeven te slikken, heeft gemaakt dat de laatste jaren steeds meer patiënten kiezen voor een biologische klep. Het belangrijkste nadeel van biologische kleppen is dat ze allemaal slijten. Dat is inherent aan het biologische materiaal. Onze eigen hartkleppen zouden ook slijten als het lichaam niet een ingenieus systeem had waarbij de kleppen zich steeds vernieuwen: het zijn levende onderdelen in ons lichaam.

Levensduur biologische kleppen
De meest gebruikte huidige biologische kleppen zijn gemaakt van varkenskleppen of van het hartzakje van runderen (pericard). Dit biologische materiaal is speciaal behandeld om enerzijds te voorkomen dat het wordt afgestoten door het lichaam en anderzijds dat het zo min mogelijk verkalkt. Verkalking is namelijk één van de belangrijkste redenen dat deze kleppen slijten. De fabrikanten doen hun uiterste best om steeds weer nieuwe procedés te bedenken zodat de kleppen langer meegaan. Hoewel beetje bij beetje daar wat vooruitgang in wordt geboekt zijn we nog lang niet zover dat we kunnen zeggen dat een biologische klep levenslang meegaat. Hoelang een biologische klep dan wel meegaat is niet goed te voorspellen. Dat hangt van een heleboel zaken af, waarbij de leeftijd van de patiënt één van de belangrijkste factoren is. Bij jonge mensen slijt de prothese veel sneller dan bij oudere patiënten. Bij jongeren gaat een biologische klep vaak niet langer mee dan 10 jaar, bij sommige ouderen wel 20 jaar. Hoewel een tweede operatie vanwege een versleten hartklep een heel veilige operatie is die meestal goed verloopt, is dat toch niet iets om naar uit kijken. Gelukkig is het tegenwoordig zo dat een versleten biologische klep niet altijd opnieuw vervangen hoeft te worden via een klassieke hartoperatie: steeds vaker kan deze vervanging plaats vinden via de liesslagader.

Onderzoek
Wat zijn nu de nieuwe ontwikkelingen op dit gebied? Ten eerste zijn er telkens weer fabrikanten die claimen dat de nieuwste versie van hun klep nog langer mee gaat. Helaas duurt het altijd een flink aantal jaren (minimaal 10 tot 15 jaar) voordat onderzoek aantoont of dat ook werkelijk zo is. In de afgelopen 50 jaar is al heel vaak gezegd dat een nieuwe biologische klep langer mee zou gaan. Telkens bleek na vele jaren onderzoek dat dit tegenviel. Er is zeker vooruitgang geboekt, maar het gaat heel langzaam. De claim van het UMC Utrecht en van de firma Edwards dat deze nieuwe klep langer mee gaat dan de huidige kleppen is dan ook heel voorbarig. Wij vinden dat u dit beter kunt zien als “reclame” dan als wetenschappelijk bewijs. Er wordt ondertussen door verschillende instituten onderzoek gedaan naar de fundamentele reden van de slijtage: namelijk dat de huidige biologische kleppen niet levend zijn en dus zichzelf niet kunnen repareren.

Op meerdere plaatsen in de wereld (onder andere in Eindhoven) wordt onderzoek gedaan naar “gekweekte” kleppen (tissue engineering). Dit zijn kleppen die buiten het lichaam gemaakt worden van lichaamseigen cellen en als levende kleppen weer geïmplanteerd worden met een volledig zelf-herstellend vermogen. Hoewel er veel progressie wordt geboekt moeten we ook hier nog een flink aantal jaren wachten voordat deze nieuwe technologie bewezen is en er daadwerkelijk dergelijke kleppen beschikbaar komen. Een andere methode om levende kleppen te verkrijgen is het implanteren van menselijke donorkleppen die op een andere manier zijn voorbehandeld dan gebruikelijk: alle cellen zijn er met een speciaal proces uit verwijderd zonder dat de structuur van het klepweefsel zelf verloren is gegaan. Vervolgens worden ze geïmplanteerd en is de verwachting dat lichaamseigen “klepcellen” hun weg vinden naar dit “geraamte” om vervolgens ervoor te zorgen dat een nieuwe levende klep ontstaat. Dit onderzoek wordt onder andere in Leiden uitgevoerd. Er zijn inmiddels een aantal longslagader kleppen op deze manier vervangen en wij hopen binnenkort de eerste aortaklep op deze manier te vervangen. Dit is nog wel in een onderzoeksfase, dus er zijn strikte voorwaarden aan deelname verbonden.

Alternatieven
Naast al deze klepvervangingen wordt bij kinderen en jong-volwassenen nog steeds een andere operatie gedaan: de zogenaamde Ross operatie. Hierbij wordt de eigen longslagaderklep verplaatst naar de plaats van de aortaklep en op de plaats van de longslagader wordt een menselijke donorklep geïmplanteerd. Omdat er nu een levende klep in de aorta zit gaat deze veel langer mee en de donorklep in de longslagader slijt veel minder omdat er daar een veel lagere druk heerst. Er zijn ook wel nadelen aan deze operatie verbonden en daarom wordt dit ook niet bij iedereen gedaan. Tenslotte is het bij een aantal patiënten, met name die vooral lekkage van de klep hebben en niet een vernauwing, mogelijk om de klep te repareren en dus helemaal niet te vervangen.

Voorlichting
Tenslotte is het belangrijk om mee te geven dat er geen enkele operatie aan hartkleppen is waarbij gegarandeerd kan worden dat het de enige operatie is die een patiënt moet ondergaan. Om allerlei redenen kan het soms nodig zijn een nieuwe operatie uit te voeren. Al deze voor- en nadelen zijn bovendien ook nog sterk individueel bepaald. Wat voor de ene patiënt een ideale klep lijkt is voor de andere weer niet zo’n verstandige keuze. Het is dus belangrijk dat u zich goed laat voorlichten door uw eigen hartchirurg. In een uitvoerig gesprek op de polikliniek samen met hem of haar kunt u gezamenlijk tot een keuze komen. Ook kunt u zich alvast in deze materie verdiepen door de website www.hartklepkeuzehulp.nl te bezoeken. 

 

Indien u aanvullende vragen heeft, kunt u contact opnemen met de Hartstichting, via 070 315 55 55 of de website van de Hartstichting bezoeken. 

 

Leiden, 18 augustus 2017