Veelgestelde vragen rondom AF-ablatie

Omdat patiënten die binnenkort een ablatie ondergaan vaak met veel vragen zitten, hebben we de meestgestelde vragen hieronder voor u beantwoord. Als u na het lezen nog vragen heeft, neem dan contact met de polikliniek op. 

 

Voor de ablatie 

Ik sta op de wachtlijst maar heb geen/weinig klachten de laatste tijd. Moet de ablatie wel doorgaan?
Een AF-ablatie wordt gedaan om uw klachten te verminderen. Indien u geen of weinig klachten heeft, kan het inderdaad goed zijn om de ingreep niet door te laten gaan of uit te stellen. Neemt u s.v.p. contact op met de polikliniek. Zij kunnen u in contact brengen met uw cardioloog om dit te bespreken. 

Wanneer ben ik aan de beurt voor de ablatie?
De wachttijd voor een AF-ablatie is ongeveer vijf tot zes maanden vanaf het moment dat uw cardioloog u aangemeld heeft voor de ablatie. U hoort enkele weken voor de ingreep wanneer u precies opgenomen wordt. 

Word ik behandeld met de vriesballon (cryo) of worden de littekens met branden (RF) aangebracht?
Dit wordt besloten op basis van de uitkomsten van de CT-scan. Nadat de CT-scan gemaakt is, beslist de arts die de CT-scan uitwerkt, welke behandeling u gaat krijgen. Vervolgens geeft de arts dit door aan de opnameplanning. U kunt de opnameplanning bellen om te vragen welke behandeling u krijgt. U kunt bellen op woensdagochtend tussen 09:00 en 12:00 uur naar telefoonnummer 071-5264841. 

Bij het slaaponderzoek (WatchPAT) dat mijn cardioloog heeft verricht, is gevonden dat ik mogelijk nachtelijke ademstops (slaapapneusyndroom) heb. Ik ben naar de longarts verwezen voor verder onderzoek. Gaat de ablatie nu nog door of wordt deze uitgesteld?
Bij de longarts zal een uitgebreider slaaponderzoek plaatsvinden. Indien uit dit onderzoek ook blijkt dat u ook lijdt aan het slaapapnoesyndroom, zal de longarts een behandeling voorstellen. In dat geval is het belangrijk om deze behandeling te ondergaan omdat dit de kans op het terugkeren van boezemfibrilleren na een ablatie vermindert. De ablatie hoeft echter niet uitgesteld te worden. 

Ik moet voor of na de ablatie een andere ingreep ondergaan bij een arts of tandarts waarvoor de bloedverdunners tijdelijk gestopt moeten worden. Kan dat?
Tijdens de laatste drie weken vóór de ablatie en de eerste drie maanden na de ablatie moet u de bloedverdunners continu blijven slikken. Gedurende deze periode mag u het gebruik dus niet onderbreken. Dit kan betekenen dat een van de twee ingrepen (de ablatie of de andere ingreep) uitgesteld moet worden, afhankelijk van welke ingreep het belangrijkst voor u is. 

Indien u bloedverdunners via de trombosedienst gebruikt, moet de INR in deze periode boven de 2.0 zijn. 

Kan de ingreep niet via de pols plaatsvinden i.p.v. via de lies?
Nee, dat kan helaas niet. Een AF-ablatie gaat via de aders. De aders in de pols zijn te dun voor de ablatiekatheters.

Hoe lang ben ik in het ziekenhuis?
Als u ’s ochtends geholpen wordt, dan wordt u de middag van tevoren opgenomen. Als u ’s middags geholpen wordt, dan wordt u dezelfde ochtend opgenomen. Na de ingreep bent u nog een nacht in het ziekenhuis. In totaal is dat dus een of twee nachten. 

Moet ik nuchter zijn voor de ingreep?
Ja, u dient zes uur voor de ingreep nuchter te zijn. 

Word ik in slaap gebracht tijdens de ingreep?
Patiënten die met een cryo (vriezen) -ablatie behandeld worden, worden niet in slaap gebracht.
Patiënten die een RF-ablatie (branden) ondergaan, worden wel in slaap gebracht. 

Moet ik alle medicijnen blijven innemen?
Een aantal medicijnen moet gestaakt worden, maar niet allemaal. Lees onderstaande goed. 

  • Medicijnen om de ritmestoornis te onderdrukken:
    • Flecaïnide => drie dagen van tevoren stoppen.
    • Propafenon => drie dagen van tevoren stoppen.
    • Disopyramide => drie dagen van tevoren stoppen.
    • Kinidine => drie dagen van tevoren stoppen.
    • Sotalol => drie dagen van tevoren vervangen door metoprolol. U heeft hiervoor een recept gekregen.
    • Amiodaron => dit kunt u gewoon blijven gebruiken. Stoppen is niet zinvol omdat amiodaron twee maanden doorwerkt nadat het gestopt is.

  • Bloedverdunners:
    • Deze moeten gewoon door gebruikt worden.
    • Indien u bloedverdunners via de trombosedienst gebruikt, moet de INR tussen de 2.0 en 3.0 ingesteld zijn (meestal is dit al zo).
    • Indien u nog geen bloedverdunners gebruikt, moet u hier vier weken van tevoren mee beginnen. U heeft hiervoor een recept gekregen. 

  • Medicijnen bij suikerziekte (diabetes):
    • U moet met een begeleider naar het ziekenhuis komen: dit voorkomt problemen indien de eigen dosering van bloedsuikerverlagende middelen nog aanleiding zou geven tot het optreden van een lage bloedsuiker (hypoglycemie) tijdens het vervoer naar het ziekenhuis. 
    • Een lage bloedsuiker (hypoglycemie) moet altijd worden behandeld. Indien u nog buiten het ziekenhuis bent heeft behandeling van de hypoglycemie altijd voorrang boven het nuchter zijn (bij voorkeur middels dextro tabletten en/of drinken van bv. limonade)
    • Dag vóór de ingreep: Geen avonddosering van gliclazide, glimepiride en tolbutamide i.v.m. risico op lage bloedsuiker (hypoglycemie) een dag later. 
    • Dag van de ingreep: Helemaal geen suikerziekte/diabetes medicijnen innemen. 
    • Insuline of GLP-1 injecties: overleg met de behandelend cardioloog of internist. 

Na de ablatie

Hoe lang moet ik rust houden na de ingreep?
Na de ingreep moet u twee weken rust houden voor het herstel van de liezen. U mag dan niet sporten, persen of zwaar tillen.
Autorijden, fietsen: de eerste twee weken mag u alleen kleine stukjes autorijden of fietsen. 
Vliegen: de eerste twee weken mag u geen lange vliegreizen maken. 

Moet ik nog medicijnen gebruiken na de ingreep?
Alle medicijnen dient u de eerste drie maanden na de ablatie gewoon door te slikken.  
Medicijnen om de ritmestoornis te onderdrukken slikt u door omdat er in deze periode nog ritmestoornissen kunnen optreden.
Bloedverdunners slikt u door omdat na de ablatie de binnenkant van het hart tijdelijk gevoeliger is voor de vorming van bloedstolsels.

Bij het eerste polikliniekbezoek (drie tot vier maanden na de ablatie) wordt met u besproken welke medicijnen afgebouwd en/of gestopt kunnen worden. 

Wat kan ik zelf doen om mijn gezondheid te verbeteren?
Boezemfibrilleren heeft meerdere risicofactoren. Een aantal hiervan kunt u zelf beïnvloeden. 

  • Overgewicht: Indien uw BMI boven de 27 is, verhoogt afvallen de slagingskans van de ablatie enorm. Het advies is dan om tenminste 10% af te vallen, bijvoorbeeld 10 kg indien u 100 kg weegt.
    Om dit te bereiken moet u zowel voldoende bewegen (minimaal een uur per dag) en minder eten (1500 kcal voor vrouwen en 1800 kcal voor mannen). Vaak is het handig hierbij hulp te krijgen van bijvoorbeeld een diëtiste of lid te worden van Weight Watchers. Ook uw omgeving moet u hierbij steunen. Samen afvallen heeft een veel beter resultaat.

  • Conditie: conditieverbetering verlaagt de kans op nieuwe ritmestoornissen. Het advies is om minstens een uur per dag te bewegen. Wandelen en fietsen zijn hiervoor prima.

  • Alcohol: alcoholgebruik verhoogt de kans op nieuwe ritmestoornissen. Het advies is om dit te beperken tot maximaal 1 (vrouwen) 2 (mannen) eenheden per dag. Minder is nog beter.

  • Slaapapneu: indien u of uw omgeving merkt dat u ’s nachts luid snurkt of stopt met ademhalen of dat u vaak slaperig bent overdag, kan er sprake zijn van slaapapneu. Bespreek dit met uw cardioloog.

  • Hoge bloeddruk. Indien uw bloeddruk regelmatig boven de 135/85 is kan dit ook nieuwe ritmestoornissen uitlokken. Bespreek dit met uw cardioloog.

Wat moet ik doen als ik klachten heb na de procedure?

  • Ritmestoornissen: deze kunnen nog optreden in de eerste twee maanden na de ablatie. Indien de ritmestoornissen binnen 48 uur vanzelf ophouden, hoeft u niets te doen. Indien deze langer aanhouden, moet u contact met onze polikliniek opnemen voor een cardioversie.

  • Kortademigheid/vermoeidheid: deze klacht is gebruikelijk maar moet wel langzaam afnemen in de weken na de ingreep. Is dit niet het geval dan moet u contact met onze polikliniek opnemen.

  • Zwelling, pijn, roodheid, nabloeding in de lies: indien dit optreedt of toeneemt na het ontslag uit het ziekenhuis, moet u contact met ons opnemen via telefoonnummer 071-5263009. 

  • Pijn op de borst/aan het hart na de ingreep (vaak variërend met de ademhaling): deze klacht is gebruikelijk maar moet wel langzaam afnemen in de dagen na de ingreep. Is dit niet het geval, dan moet u direct contact met ons opnemen via telefoonnummer 071-5263009. 

  • Pijn achter het hart bij slikken: dit hoort niet op te treden. U moet contact met ons opnemen via telefoonnummer 071-5263009.