Stamceltherapie

Bij patiënten met pijn op de borst door vernauwingen in de kransslagvaten, ook wel angina pectoris genoemd, zijn normaal gesproken medicijnen, dotterbehandeling of bypassoperaties de reguliere behandeling. Echter, er is een groeiend aantal patiënten dat niet meer geholpen kan worden met deze reguliere behandelingen en die wel pijn op de borst houden. Deze groep komt in principe in aanmerking voor cardiale celtherapie (stamceltherapie). 

Bij deze behandelingsmethode worden cellen uit het eigen beenmerg in de hartspier geïnjecteerd. Onder die beenmergcellen bevinden zich ook stamcellen. Dit zijn cellen die tot verschillende andere celtypen kunnen uitgroeien. In dierexperimenten en een aantal onderzoeken bij patiënten is gebleken dat injectie van lichaamseigen beenmergcellen in het hart kan leiden tot verbetering van de doorbloeding en de functie van het hart. Dit kan leiden tot een afname van het zuurstoftekort en een vermindering van de klachten van pijn op de borst. 

Wetenschappelijk onderzoek

Sinds 2003 doen wij wetenschappelijk onderzoek naar stamceltherapie. Enige tijd geleden heeft de 300ste stamcelinjectie in het LUMC plaats gevonden. Positieve resultaten zorgen dat het LUMC als enige in Nederland cardiale celtherapie als reguliere therapie aanbiedt voor patiënten met uitbehandelde pijn op de borst. De behandeling wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Omdat het een nieuwe behandelingsmethode is, blijven we onderzoek doen naar de effecten van deze behandeling.

Voor de behandeling

Indien u besluit deze behandeling te ondergaan, zal tijdens ziekenhuisbezoeken worden onderzocht of u een geschikte kandidaat bent. Na gesprekken met u en op basis van lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek, echo-onderzoek, een fietstest, een MRI-scan, en een perfusiescan van het hart wordt besloten of u daadwerkelijk geschikt bent voor deze behandeling. Als dit helaas niet het geval is , dan wordt uiteraard de gebruikelijke behandeling met medicijnen voortgezet. Tevens zal door middel van een gestandaardiseerde vragenlijst naar uw klachten en algemeen welbevinden worden geïnformeerd.

De behandeling

Indien u deze behandeling wil ondergaan en uit het vooronderzoek blijkt dat u een geschikte kandidaat bent, zal de dag van de behandeling worden vastgesteld. Op de dag van de behandeling zal een lichamelijk onderzoek worden verricht en zal er bloed worden afgenomen. ‘s Ochtends zal onder plaatselijke verdoving beenmerg uit het bekken worden afgenomen. Dit kan een dof gevoel op die plek geven.

Om tot vorming van nieuwe bloedvaten in het hart te leiden worden de beenmergcellen dezelfde middag direct in de hartspier ingespoten tijdens een hartkatheterisatie. De injectie van beenmerg in de hartspier vindt plaats door middel van een katheter die tijdens een hartkatheterisatie via de lies naar het hart wordt ingebracht. In deze speciale katheter bevindt zich een soort “GPS-systeem” waardoor nauwkeurig de plaats voor injectie kan worden bepaald. Na de katheterisatie zal een drukverband in de lies worden aangebracht en gaat u terug naar de afdeling. Er wordt daarna nog enkele malen bloed afgenomen tijdens het verblijf in het ziekenhuis, dat naar verwachting 3-4 dagen zal duren. Voor ontslag zal ook een echo van het hart worden gemaakt.

Indien er meer beenmergcellen zijn afgenomen dan nodig voor inspuiting in het hart, zullen deze cellen bewaard worden. De onderzoekers zullen hiermee laboratoriumonderzoek verrichten met als doel aan de hand van de afgenomen cellen het effect van het inspuiten in de hartspier te kunnen begrijpen. Indien u niet wil dat de overgebleven cellen bewaard worden, zullen ze op uw verzoek vernietigd worden.

Nazorg

Na 1,5 maand, 3, en 12 maanden wordt u op de polikliniek van het LUMC gecontroleerd. Hierna wordt u in principe weer door uw eigen cardioloog gecontroleerd als voorheen. Tijdens de polikliniekbezoeken zullen vragen worden gesteld over hoe u zich voelt. Tevens zal bloed worden afgenomen voor laboratoriumonderzoek.

Na 3 en 6 maanden zal een fietstest plaatsvinden om te zien of er een verbetering van uw inspanningsniveau bereikt is. Na 3 maanden wordt een echo van het hart gemaakt om de functie van de behandelde hartspier te meten. U krijgt twee keer een zogenaamd holteronderzoek, waarbij het hartritme gedurende 24 uur wordt geregistreerd met op de borst geplakte elektrodes die zijn verbonden met een klein kastje.

Na 3 maanden zal een evaluatie van de hartfunctie plaatsvinden door middel van een MRI van het hart en een perfusie scan. Bij de scanonderzoeken, na 3 en 12 maanden, wordt nauwkeurig de doorbloeding van de hartspier gemeten kan worden (SPECT scan). De poliklinische bezoeken en onderzoeken zullen naar verwachtingen tussen de 1 en 4 uur duren. U kunt voor deze bezoeken aan het ziekenhuis een reiskostenvergoeding ontvangen.

De resultaten van deze onderzoeken zullen worden gebruikt voor het wetenschappelijk onderzoek naar intramyocardiale celinjecties.

 

Heeft u nog vragen? Neem dan contact met ons op.