PET-scan longen

Voor het stellen van de diagnose kanker maken artsen vaak gebruik van een PET-scan. Tijdens dit beeldvormende onderzoek wordt radioactieve stof gebruikt. 

Een PET-scan (positron emissie tomografie) is een vorm van nucleair beeldvormend onderzoek. Met behulp van een kleine hoeveelheid radioactieve stof wordt verandering in de stofwisseling van cellen in beeld gebracht.

Hoe werkt het?

Een PET-scan wordt gedaan bij sommige vormen van kanker. Kankercellen hebben meestal een verhoogde stofwisseling in vergelijking met normale cellen. Dat betekent dat kankercellen veel meer suiker gebruiken.
Bij een PET-scan wordt van tevoren een kleine hoeveelheid radioactief suiker in het bloed gespoten. Deze radioactieve suiker concentreert zich vervolgens op de plekken waar de kankercellen zitten. De radioactiviteit is terug te zien op de beelden die scan maakt. Om kwalitatief betere beelden te kunnen maken, wordt een PET-scan soms aangevuld met een CT scan.

Wanneer een PET-scan?

Soms zijn tumoren of uitzaaiingen niet te zien op een CT- of MRI-scan, maar wijzen andere testen wel op kanker. In zo'n geval kan een PET-scan duidelijkheid geven. Daarnaast wordt de scan gebruikt om te bepalen in welk stadium de ziekte verkeert en om te beoordelen wat het effect van de therapie op kankercellen is geweest. Ook andere afwijkingen van de normale stofwisseling kunnen met een PET-scan zichtbaar gemaakt worden.

 

aaaAM 20140225 55453

Voorbereiding

Het is van belang dat je vanaf zes uur voor het onderzoek nuchter bent. Het onderzoek vindt plaats op de afdeling Nucleaire Geneeskunde van het ziekenhuis. Ongeveer een uur voordat het onderzoek plaats vindt, is het de bedoeling dat je een liter water, thee of koffie drinkt. Hierdoor zullen de nieren minder oplichten op de scan. Een volle blaas is niet noodzakelijk, je kunt het gewoon weer uitplassen. De meeste geneesmiddelen kun je gewoon blijven gebruiken. Diabetespatiënten hebben vaak een andere voorbereiding nodig, meldt diabetes dus altijd bij een arts.

Het onderzoek

Tijdens het onderzoek ligt u op een tafel. De tafel schuift in een soort tunnel, dit is het scanapparaat. De tafel blijft ongeveer 15 minuten in dezelfde positie staan, daarna schuift de tafel naar een volgende positie. Afhankelijk van de lengte van het scangebied duurt het scannen zo'n 30 tot 60 minuten. Het is belangrijk om zo stil mogelijk te liggen. De laborant die het apparaat bedient bevindt zich in een andere ruimte. Via een intercom kunt u met hem praten. 

Radioactieve stof

Voor het onderzoek wordt een licht radioactieve stof gebruikt. De hoeveelheid straling is vergelijkbaar met die van een röntgenfoto en is voor volwassenen dus niet schadelijk. Ook bij kinderen kan het in een aangepaste dosering geen kwaad. De radioactieve stof is maar kort werkzaam en wordt speciaal voor het onderzoek gemaakt en besteld. De stof heeft geen bijwerkingen en zijn na een korte tijd weer volledig uit het lichaam verdwenen. Ze zijn ook niet van invloed op het reactievermogen, dus na de scan kun je in principe weer gewoon aan het verkeer deelnemen.