AF-ablatie

Indien medicijnen niet (meer) werken tegen de aanvallen van de ritmestoornis of als u de medicijnen niet verdraagt, kan een AF-ablatie een optie zijn. 

De behandeling

Een AF-ablatie wordt uitgevoerd onder plaatselijke verdoving op de Hartkatheterisatieafdeling. U krijgt pijnstilling via het infuus en indien nodig een roesje.

Via beide liezen worden lange slangetjes (katheters) naar het hart gebracht. Met deze katheters worden in het hart littekens gebrand of gevroren (de ablatie) rondom de longaders. Vanuit de rechterboezem wordt hiervoor door het boezemtussenschot heen geprikt, tot in de linkerboezem. In de linkerboezem worden om alle 4 de longaders littekens aangebracht. Deze procedure duurt ongeveer 3-4 uur. De succeskans van de ingreep is ongeveer 70%; afhankelijk van de ernst van het boezemfibrilleren (in aanvallen of continu) en van de grootte van de linkerboezem. 

Nazorg

Na de ingreep blijft u nog een nacht opgenomen op de Verpleegafdeling Hartziekten

Om het risico op stolsels tijdens en na de ingreep zo klein mogelijk te houden moet u (als u die nog niet had) bloedverdunners via de thrombosedienst gebruiken vanaf 2 maanden voor de ingreep tot 3 maanden erna. 

Na de ingreep hebben de littekens in de linkerboezem ongeveer 3 maanden nodig om zich te vormen. In deze 3 maanden kunt u dus nog aanvallen hebben zonder dat dit betekent dat de ingreep mislukt is. U gaat in deze periode dan ook door met de medicijnen die u voor de ablatie al had.