Boezemfibrilleren / atriumfibrilleren

Boezemfibrilleren of atriumfibrilleren is een hartritmestoornis waarbij de hartslag onregelmatig is. Het is een veelvoorkomende ritmestoornis: één op de vier mensen ouder dan 55 jaar krijgt ermee te maken. Het is vaak te herkennen aan een onregelmatige, snelle hartslag. Hoewel de ritmestoornis niet levensbedreigend is, is behandelen noodzakelijk om schade aan het hart te voorkomen.

Klachten

Bij boezemfibrilleren klopt het hart te snel en onregelmatig. Dit veroorzaakt snelle, onregelmatige hartkloppingen, kortademigheid, moeheid en pijn op de borst. Ook kan het zijn dat u sneller moe bent na een lichamelijke inspanning. Een deel van de patiënten, veelal ouderen, heeft geen klachten.

Soms kan door de snelle hartslag hartfalen ontstaan. Daarnaast is er een verhoogd risico op het krijgen van een herseninfarct. Dit komt doordat het bloed in de boezems stilstaat en daardoor kunnen bloedstolsels ontstaan.

H5 1boezem fibrillerenKlachten en gevolgen van boezemfibrilleren

Oorzaken

Te veel elektrische prikkels
Bij een normale hartslag trekt het hart zich samen door een elektrische prikkel. Een normaal hartritme is regelmatig en afkomstig vanuit één plek in het hart, de sinusknoop. Bij een onregelmatige hartslag is dit niet zo. De elektrische prikkels komen dan van meerdere plekken in de linkerboezem van het hart. Dit zorgt ervoor dat het hart sneller samentrekt dan normaal en dat veroorzaakt een onregelmatige hartslag.

Risicofactoren
Boezemfibrilleren komt vaak voor omdat we steeds ouder worden. De meestvoorkomende oorzaken van boezemfibrilleren zijn een hoge bloeddruk, overgewicht, hartfalen, een ongezonde leefstijl met overmatig alcoholgebruik, slaapapneu, hartklepafwijkingen of een hartinfarct.

Onderzoek / diagnose

Boezemfibrilleren is met een hartfilmpje (ECG) vast te stellen. Als het hart afwisselend onregelmatig (boezemfibrilleren) en regelmatig klopt (sinusritme), kan het soms met een 24-uurs registratie vastgesteld worden (HolterECG). Dan wordt uw hartritme met behulp van een apparaatje 24 uur lang in de gaten gehouden.

Als u boezemfibrilleren heeft, zal er altijd een echo van het hart gemaakt worden. Met deze echo kan de arts vaststellen of een hartklepafwijking de oorzaak is van het boezemfibrilleren.

Behandelingen

Boezemfibrilleren is geen levensbedreigende ritmestoornis. Het wordt vaak met medicatie behandeld. Het belangrijkste medicijn is een bloedverdunner. Met een bloedverdunner wordt het risico op een herseninfarct of TIA verminderd. Dat is belangrijk, omdat de kans op bloedstolsels groter is bij boezemfibrilleren. Doordat de boezems niet goed samentrekken, kan het bloed minder goed door de boezems stroomt. Daardoor ontstaan er sneller bloedstolsels.

Ook geeft de arts vaak medicatie mee om de snelle hartslag te vertragen of om te voorkomen dat de ritmestoornis opnieuw optreed. 

Als het boezemfibrilleren niet spontaan overgaat in een normaal ritme, kan een cardioversie nodig zijn. Dit gebeurt in het ziekenhuis. Bij een cardioversie krijgt u onder narcose een elektrische schok zodat uw hartritme zichzelf als het ware 'reset'. Een andere vorm van cardioversie is dat u medicijnen krijgt om de hartslag te verlagen. Als het boezemfibrilleren steeds weer terugkeert en medicatie niet voldoende helpt of teveel bijwerkingen geeft, dan kan een ablatie uitkomst bieden. Hierbij blokkeert een cardioloog tijdens een operatie de elektrische prikkels die het hartritme verstoren. 

Heeft u nog vragen? Neem dan contact met ons op. 

Afdelingen / poliklinieken

De afdelingen waar u mee te maken kunt krijgen zijn: de Polikliniek Hartziekten in het LUMC (algemeen spreekuur of ritmespreekuur), Cardiologie Centrum Voorschoten, Poliklinisch Centrum Lisse, de Hartfunctieafdeling, de Short stay, de Hartkatheterisatieafdeling, de radiologie of nucleaire afdeling, de Verpleegafdeling Hartziekten of Verpleegafdeling Thoraxchirurgie en het OK centrum.