Ablatie

Een ablatie is een techniek waarbij met behulp van een katheter met opzet hartweefsel plaatselijk wordt beschadigd. Hiermee kan de oorzaak van een abnormaal hartritme worden weggenomen.

 

De behandeling 

Voor een katheterablatie wordt u drie tot vijf dagen opgenomen op de Verpleegafdeling Hartziekten, afhankelijk van het soort ablatie. Op de opnamedag wordt u voorbereid voor de ablatie, die de volgende dag plaatsvindt.

De behandeling vindt plaats op de Hartkatheterisatieafdeling. De cardioloog brengt via uw rechter- en soms ook linkerlies een katheter omhoog langs de hartspier om de oorsprong van de ritmestoornis te lokaliseren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van computersignalen.

Wanneer de locatie van de ritmestoornis is gevonden, dan wordt de kathetertip op die plaats tegen de hartspier aangelegd en verhit, waardoor een littekentje onstaat. Dit littekentje kan prikkels niet meer voortgeleiden zodat de ritmestoornis niet meer kan optreden. Tijdens deze behandeling kunt u een branderige pijn op de borst voelen. Die pijn verdwijnt na korte tijd vanzelf weer.

Meestal is het nodig om meerdere malen te branden. Om te controleren of de ritmestoornis definitief weg is, zal worden geprobeerd om de ritmestoornis op te wekken. Dit opwekken gebeurt op de zelfde manier als tijdens een EFO. Is de ritmestoornis nog opwekbaar, dan zal de behandeling worden voortgezet totdat de ritmestoornis niet meer op te wekken is. Afhankelijk van de soort ablatie duurt de behandeling 1 tot 4 uur.

Na de behandeling

Als het onderzoek klaar is, worden de katheters verwijderd. De sheaths blijven achter in de lies en worden afgeplakt. De verpleegkundige legt een drukverband om de lies aan. Als u terug bent op de afdeling, mag u gewoon eten en drinken. Zolang de sheaths in uw lies zitten moet u plat blijven liggen. De sheaths worden na ongeveer 4 uur uit de lies verwijderd. De zaalarts drukt gedurende 10 minuten de lies af en u krijgt een drukkende pleister. Deze blijft ongeveer 4 uur zitten en zolang moet u uw been stil laten liggen. Bij sommige ablaties worden de sheaths direct na het einde van de procedure op de hartkatheterisatiekamer verwijderd. Er wordt ter controle bij u nog een ECG (hartfilmpje) gemaakt.

Nazorg

De dag na de ablatie wordt bloed afgenomen, er wordt een ECG (hartfilmpje) en een echo gemaakt. Er wordt voor u een afspraak gemaakt om 4 tot 6 weken na ablatie op de polikliniek te komen.

Patiëntenfolder

Lees de patiëntenfolder

VIDEO’S